TEGENGIF

Geplaatst op 2 december 2014

Ik liet mij na een avondje stappen per taxi naar huis rijden. Onderweg had ik een alleraardigst gesprek met de chauffeur van mediterrane afkomst ( oftewel; geen idee of hij Algerijn, Turk, Egyptenaar, Marokkaan of Tunesier was, maar ongetwijfeld iets dergelijks).  Hij sprak uitstekend Nederlands, trouwens, maar dit terzijde. Thuis kwam ik erachter dat ik mijn iphone kwijt was. Ik vermoedde dat hij in de taxi uit mijn jaszak was geglipt.

De volgende morgen begon ik aan een idiote speurtocht. Ik belde TCA, afdeling gevonden voorwerpen, en die verzekerde mij dat ik gebeld zou worden zodra er nieuws was over mijn phone.  Het zou wel eventjes duren, want de chauffeur had nachtdienst, zag de medewerkster en voorlopig nog wel op 1 oor liggen.

Tegen het middaguur bedacht ik me dat ik de zoekfunctie op mijn telefoon ooit had ingschakeld. Op de computer verscheen een kaartje met de exacte lokatie van mijn verloren kleinood: een straat in Slotervaart en miniutenlang bewoog het ding niet. Het versterkte me in mijn vermoeden dat ik hem in de taxi had laten liggen. Om het half uur keek ik naar het schermpje en constateerde tevreden dat de telefoon zich niet had verplaatst. Hij lag vast nog onder een autostoel op me te wachten. Ik blokkeerde de phone op afstand en toeste een berichtje in voor de hopelijk eerlijke vinder.

's Avonds om acht uur had nog steeds niemand  zich gemeld. Nu werd het me toch benauwd. Wat als de batterij leegraakt en de vinder toch niet zo eerlijk bleek te zijn? Ik keek op googlemaps, streetview en constateerde dat de straat waar mijn iphone zich bevond volstaat met flatgebouwen met schotelantennes aan de gevel.  Ik besloot hem te gaan halen.

In de straat stonden zeker zes taxi's geparkeerd, voornamelijk Mercedessen met een donkere kleur carosserie, zoals waar ik in was vervoerd. Het was inmiddels aardedonker, steenkoud en geen kip op straat te zien. De taxibon bood uitkomst: het nummerbord van de taxi staat er gewoon op. Al snel ontdekte ik de auto. Op afstand liet ik de phone een geluidje maken en vanaf de stoep kon ik horen dat het ding inderdaad ergens in de taxi lag. 

Nu hoefde ik alleen nog maar de chauffeur te vinden in een van de 200 woningen, voornamelijk zonder naambordjes. Ik trok aan alle bellen met vreemde namen en zonder naam. Meestal ging meteen de voordeur open, soms verscheen er een hoofd in een raam of iemand op een balkon. Iedereen was uiterst beleefd, sprak meer dan voldoende Nederlands, maar niemand kende het exacte adres van de taxi-chauffeur.

Ik liep weer langs de taxi met mijn piepende telefoon, rukte een keer uit wanhoop aan het portier in de ijdele hoop dat hij niet op slot was. Twee opgeschoten jongens kwam uit het donker op me aflopen en vroegen: 'Wat doet u daar?' Ik legde het uit. Ze keken me onderzoekend aan, besloten toen dat ik te vertrouwen was en wensten me vriendelijk succes.

Uiteindelijk bood een vrouw in traditionele kleding uitkomst. Ze herkende de taxi, de naam van de taxichauffeur die op de vergunning op het raam stond, liep de hele straat door naar het juiste adres en vijf minuten later had ik mijn iphone terug. 

Waarom ik dit vertel? Gewoon om eens een ander geluid te laten horen in een samenleving die met de dag meer aan elkaar hangt van wantrouwen en onbegrip. Trouwens nog vergeten te vragen of hij nou Turk, Marokkaan, Algerijn of Libier was. Doet er ook niet toe trouwens.